
Er mag al eens een grapje gemaakt worden. Zegt het ene kind tegen het ander: mijn innerlijk kind is toch beter dan jouw innerlijk kind, beuh, beuh, beuh… In iedere tijd leven de kinderen in andere, nieuwe omstandigheden. Iedere tijd heeft dus nieuwetijdskinderen.
In het brede kader van New-Age zijn er heel wat mensen die zich spiritueel laten leiden door “meesters”, al of niet uit het oosten, nu op aarde levend of uit een verleden, historische figuren of anderen waarvan het bestaan wordt aangenomen. Ook engelen worden dikwijls als helpers beschouwd.
Het contact tussen die meesters en de mensen op aarde gebeurt meestal door boodschappen die bepaalde begaafde personen (media) kunnen opvangen.
Ik hou van de mensen die belang hechten aan deze boodschappen. De meesten proberen te leven vanuit het hart en ze leven tenminste bewust.
Wat mij wel wat stoort is dat ontzettend ouderwets, middeleeuws taaltje dat in de meeste boodschappen wordt gebruikt. Niet enkel alleen maar omdat het ouderwets klinkt maar ook omdat die mega superlatieven gebruikt worden als persoonsverheerlijking van de meester of goeroe. Zo worden ook voor de meest gewone woorden hoofdletters gebruikt. Lichtjes overdreven zou de stoel waarop de meester gezeten heeft al als “De Eerbiedwaardige Stoel” aangeduid worden. De tijd dat we hier in Europa spraken van en schreven “Zijne Majesteit de Koning”, “Zijne Excellentie de Minister”, of van “Onze Heilige Moeder de Kerk” ligt toch al minstens 50 jaar achter ons? We kunnen nu in deze (nieuwe) tijd toch iets van iemand anders als waarheid of als goede raad aannemen zonder dat we die ander de status van halfgod moeten geven? Gewoon uit liefde aanvaarden dat die ander ons voor bepaalde dingen kan helpen. Dat irriterend ouderwets taaltje maakt het wel moeilijk om de dikwijls mooie bedoeling van de tekst te volgen.
Soms worden zelfs (nu levende) kinderen te aktief als meester voorgesteld. Dit kan toch niet uit het goddelijke komen? God is liefde, liefde misbruikt toch geen kind! Laat een kind volledig kind zijn. Als hij later een meester blijkt te zijn, des te beter.
Zelfs Jezus heeft gewacht tot hij volwassen was. En zelfs toen werd hij niet aanvaard door de mensen uit Nazareth. Want “is hij niet de zoon van de timmerman”? Hij werd door hen beschouwd als een doodgewone man. Zij hadden gezien hoe hij in zijn kinderjaren fratsen had uitgehaald en soms ook kwajongens-streken. Hij had mogen kind zijn en op die manier heeft hij zich als leider kunnen ontwikkelen.